Slaapweetjes – Slaapcycli

Gedurende de slaap doorloop je een aantal slaapstadia. Eén ervan is de REM-slaap, de welbekende droomslaap. Grotendeels is het echter de non-REM-slaap (NREM), de ‘normale’ slaap.

Vaste volgorde

Deze slaapstadia lopen niet zomaar door elkaar. Het gaat via een vaste volgorde. Dit hele rijtje, de zogenaamde slaapcyclus, doorloop je zo’n vier tot zes keer per nacht. Hieronder staan de stadia die je per slaapcyclus slaapt.

  1. Overgangsfase tussen waken en slapen
    De eerste slaapfase van de NREM-slaap is een overgangsfase tussen de waak- en slaaptoestand. Dit stadium duurt maar drie tot vijf minuten. De lichaamstemperatuur daalt en de spieren ontspannen. Tijdens dit stadium zijn langzame oogbewegingen (Slow Eye Movements of SEM) te zien. Je kent waarschijnlijk dat gevoel wel als je tegen je slaap zit te vechten. Je ogen draaien dan langzaam weg en je hebt moeite om ze open te houden.
    In deze fase kun je vaak ook een schok voelen, soms met het gevoel dat je valt. Dit is een slaapstuip; een korte aanspanning in de spieren van je armen of benen. Hierdoor ben je weer even helemaal wakker. Ook van geluiden word je in deze fase nog makkelijk wakker.
  2. Diepere slaap
    Het tweede slaapstadium is iets dieper en duurt ongeveer dertig tot veertig minuten. In dit slaapstadium slaap je het meest: tot 50 procent van de totale slaapduur per nacht. Het is het begin van de ‘echte’ slaap. Je wordt in dit stadium niet meer zomaar van elk geluid wakker.
  3. Zeer diepe slaap
    Stadium drie en vier worden meestal als één geheel beschouwd. In deze fase ben je erg ontspannen en moeilijk wakker te krijgen. Je ademhaling is diep en je hartslag is langzaam en regelmatig.
    Tijdens het begin van de nacht duurt deze fase erg lang. Maar in de volgende cycli duurt deze fase steeds korter. Er komen groeihormonen vrij, je lichaam herstelt zich en doet nieuwe kracht op.
    Naarmate je ouder wordt, duren deze diepe slaapfasen steeds korter. Je zult daardoor merken dat slapen lang niet zo verfrissend werkt als voorheen.
  4. REM-slaap
    Na stadium vier begint het stadium van de REM-slaap of droomslaap. De grote spieren van je ledematen zijn dan verlamd. Als dit niet zo zou zijn, zou je uit je bed kunnen springen om je dromen uit te gaan voeren.
    Je kunt zien of iemand in zijn REM-slaap zit aan de snelle oogbewegingen onder de gesloten oogleden. De hersenen zijn tijdens deze fase volop actief. Waarom de hersenen zo actief zijn, daar zijn wetenschappers nog niet uit, maar het vermoeden bestaat dat het te maken heeft met het verwerken van informatie.
    Naarmate de nacht vordert, worden de perioden met REM-slaap steeds langer. In totaal neemt de droomslaap 20 tot 25 procent van de slaapduur in beslag.

(bron: gezondheidsnet)